









|
|
Special: De snelle ontwikkelingen in Prestatiemeting
|
De snelle ontwikkelingen in PrestatiemetingProf.dr. T.L.C.M. Groot Mevr.Prof.dr. J. van der Meer-Kooistra Dit themanummer van MAB is gewijd aan het onderwerp prestatiemeting. Prestatiemeting, en in het verlengde daarvan prestatiemanagement, staat volop in de belangstelling. In een recent interview onthulde Kaplan dat dit komt omdat managers behoefte hebben de bedrijfsstrategie te vertalen in voor werknemers in de frontlinie van het bedrijf begrijpelijke aanwijzingen. Hier gaat het duidelijk om verbetering van de interne communicatie en beheersing. Maar er is volgens ons méér aan de hand. Het publiek en bij organisaties betrokken partijen vereisen steeds meer en betere verantwoording. Organisaties worden bovendien steeds vaker aangesproken op de maatschappelijke effecten van hun prestaties. De verantwoording aan zowel interne als externe partijen betreft daarom niet alleen de financiële cijfers, maar ook allerlei aspecten van de bedrijfsvoering en operationele prestaties. Controllers binnen organisaties verbreden eveneens hun horizon. Was zo’n twintig jaar geleden de aandacht vooral gericht op meting en beheersing van cost drivers, nu verschuift de aandacht naar het sturen op profit drivers. Goed management betekent immers niet alleen het tegen zo laag mogelijke kosten produceren, maar juist het genereren van zoveel mogelijk waarde op een maatschappelijk verantwoorde wijze. Het gaat dan vooral om het zo goed mogelijk inzetten van de winst stuwende factoren in de organisatie. Deze profit drivers zijn steeds vaker immateriële activa, zoals kennis, marktpositie, merknaam, productkwaliteit, service en milieueffecten. Deze zaken zijn niet meer in eenvoudige financiële getallen te vatten en dus moet men op zoek naar meetsystemen die verder kijken dan de boekhoudgegevens. Nieuwe informatietechnologie maakt het mogelijk om meer en complexe data te meten, op te slaan en te verwerken. In dit MAB-nummer willen we een pas op de plaats maken en de stand opnemen. In de eerste bijdrage staan Corbey en Verstegen stil bij de diffusie en adoptie van vernieuwingen in prestatiemeetsystemen. Zij concluderen dat er een zekere wetmatigheid is in de wijze en tempo waarin vernieuwingen bekend en geaccepteerd raken. Hierbij wisselen doelbewuste keuze, dwang, mode en rage elkaar af. Groot gaat iets specifieker in op één vernieuwing, namelijk de Balanced Scorecard (BSC). In zijn bijdrage geeft hij een overzicht van recent onderzoek naar de situaties waarin de BSC wordt toegepast, de relaties tussen de verschillende BSC-dimensies en naar de manier waarop BSC-informatie wordt gebruikt in de bedrijfsvoering. De Waal kijkt vooral naar de implementatie van de BSC en vraagt zich af welke organisatiekenmerken nodig zijn voor een succesvolle introductie van de BSC. Hij maakt daarbij onderscheid naar zogenaamde systeemkenmerken (min of meer langdurige kenmerken van de organisatie) en gedragskenmerken (veranderlijke attitudes en gedragingen van organisatiegenoten). In zijn benadering gaat De Waal uit van een doelbewuste keuze voor de BSC. De eerste drie artikelen gaan vooral over ervaringen in commerciële organisaties. Echter, ontwikkelingen in prestatiemeting gaan niet aan de overheids- en non-profit sector voorbij. Jansen beschrijft in het vierde en laatste artikel de complicaties die non-profitorganisaties moeten overwinnen bij invoering en gebruik van nieuwe systemen van prestatiemeting. Non-profitorganisaties werken niet in een marktomgeving, bestaan in het algemeen uit professionals, en leveren moeilijk meetbare producten en maatschappelijke “effecten”. Hij laat aan de hand van de gebeurtenissen rondom de humanitaire organisatie Plan (voorheen Foster Parents Plan) zien welke problemen moeten worden opgelost. Al werkend aan dit themanummer zijn we ons ervan bewust geworden hoezeer het thema prestatiemeting in beweging is. We kunnen de lezer dan ook niet meer dan een ‘tussenstand’ aanbieden: het resultaat is een overzicht dat overigens eveneens veel beloften voor een interessante toekomst laat zien. |
|
|
|