Login











Thema: De toekomst van het accountantsberoep

De toekomst van het accountantsberoep
Verandering als enige constante
 
Philip Wallage
 
Veranderingen zijn van alle tijden maar lijken elkaar steeds sneller op te volgen. Zij gaan gepaard met onzekerheden en laten zich vertalen in kansen en bedreigingen. Ook het accountantsberoep is aan veranderingen onderhevig. Vanouds ontleent het beroep in “agency”-termen haar bestaansrecht aan het monitoren van “agenten” ten behoeve van “principalen”. Ook in een moderne corporate governance context maakt deze bewakingsrol deel uit van de noodzakelijke “checks and balances”.
Maar hoe ziet de toekomst van het beroep er uit? Gegeven verandering als enige constante, alle reden om een themanummer aan deze vraag te wijden. Ter introductie van het thema ga ik kort in op enkele veranderingen en bedreigingen of zo u wilt kansen.
 
Te beginnen met de alles beďnvloedende digitale revolutie als belangrijkste driver van veranderingen. Deze leidt tot het steeds sneller en omvangrijker ontsluiten van informatie. Met als logisch gevolg een toenemende vraag naar betrouwbaarheid en relevantie van de vrijwel onbegrensde informatiestromen.
Een tweede aanleiding voor grote veranderingen betreft de ingezette, onvermijdelijke vervaging van grenzen en culturen. Langzaam maar zeker komt een internationale, pluriforme en multiculturele samenleving tot stand. Het afwegen van verschillende belangen bij allerlei vormen van besluitvorming is in deze nieuwe samenleving (met nieuwe markten en organisatievormen) geen sinecure. Juist in een dergelijk veranderingsproces - gekenmerkt door onzekerheden en twijfel - is het belang van betrouwbare en relevante financiële en vooral ook niet-financiële informatie ontegenzeggelijk groot. In zijn bijdrage aan dit nummer gaat Strikwerda verder in op veranderingen in de institutionele context zoals het recht en het veranderende karakter van de idee van vertrouwen in de samenleving. Al deze ontwikkelingen hebben invloed op de toekomstige vraag naar – en positie van - onafhankelijke en deskundige controleurs (lees accountants).
Naast deze algemene ontwikkelingen zijn de nodige bedreigingen aan de horizon te onderkennen. Bedreigingen die in kansen kunnen worden omgebogen.
 
(1) De eerste bedreiging voor de toekomst van het accountantsberoep die ik aan de orde stel, vloeit voort uit de opeenstapeling van gedetailleerde regels voor de accountantscontrole in combinatie met onafhankelijk toezicht op de naleving ervan. Hierdoor dreigt een cultuur van “box ticking” te ontstaan waarin minder ruimte wordt gelaten voor vakkundige oordeelsvorming. Het gevolg is een rigide en minder effectief controleproces. Daar komt bij dat een afvinkcultuur het beroep minder aantrekkelijk maakt voor aanstormend talent. Om deze bedreiging om te buigen, is het erg belangrijk dat (inter)nationale regelgevers en toezichthouders zich realiseren dat wet- en regelgeving geen doel op zich is, maar moet bijdragen aan effectieve werking van het accountantsberoep. Zeer treffend riep oud SEC voorzitter Harvey Pitt recentelijk op “to design a new regulatory structure that’s optimal for today and provides flexibility to grow and evolve with the unforeseen.” (Compliance Week, 18 december 2007). Hopelijk krijgt deze belangrijke oproep onder meer gehoor bij het door Pouw en Maijoor in dit themanummer genoemde overleg tussen toezichthouders op Europees niveau (EGAOB) en op internationaal niveau (IFIAR).
 
(2) De toegenomen regelgeving wordt ook door Nederlandse accountants (in business) als knellend ervaren (zie bijvoorbeeld Commissie Regelgeving, 2007). Dat zal niet verbazen na het lezen van de bijdrage van Bosman en Vergoossen over aard en omvang van wet- en regelgeving. De toenemende regeldruk kan echter leiden tot het uiteenvallen van de aloude pluriforme beroepsgroep. Dat zou jammer zijn. Pluriformiteit geeft verdieping en voorkomt het ontstaan van een verkokerde monodiscipline. Omdat een flink deel van de wet- en regelgeving alleen betrekking heeft op de controlerende accountant, moet voor iedereen duidelijk zijn welke accountants deze functie uitoefenen. Dat valt te realiseren door controlerende accountants de functieaanduiding “CA” te laten voeren. Dat leidt niet tot degradatie van accountants die een andere functie uitoefenen. Want alle accountants die de basisopleiding hebben gevolgd mogen zich registeraccountant noemen. De RA-titel kan met andere woorden als deskundigheidsaanduiding blijven bestaan. Deze splitsing in deskundigheid en functie komt overeen met het werkbare onderscheid tussen advocaat (functie) en jurist (deskundigheidsaanduiding)..
Deze verandering heeft natuurlijk gevolgen voor het toekomstige opleidingstraject tot accountant. In de bijdrage van Eimers en Vredevoogd wordt bij deze ontwikkeling stil gestaan.
 
(3) Ook het aansprakelijkheidsrisico vormt een bedreiging voor de toekomst van het beroep. Dit risico kan leiden tot bijzonder hoge claims, een vermindering van het aanbod van accountantsdiensten en een ongewenst risicoaverse houding van accountantspraktijken. Bij internationale controleopdrachten valt dit risico niet eenvoudig te vermijden vanwege de grensoverschrijdende activiteiten van grote ondernemingen en betrokken accountants. Dassen en Roos betogen in dit themanummer dat dit risico de aansturing van internationale accountantspraktijken belemmert. Zij stellen dat het organiseren van accountantspraktijken via centrale rechtspersonen nodig is ter versterking van het huidige netwerk met internationaal samenwerkende landenorganisaties. Versterking van internationale samenwerking van accountantspraktijken is inderdaad belangrijk voor de toekomstige positionering van het beroep. Want het zijn vooral de grote accountantspraktijken die een voortrekkersrol kunnen vervullen bij de internationale harmonisatie van de kwaliteit van verslaggeving en de goede werking van kapitaalmarkten. Een dergelijke voortrekkersrol vereist wel dat de structuur en aansturing van deze praktijken voldoende aansluit op verwachtingen en wensen van alle “stakeholders”.
 
Inmiddels hebben diverse gremia het aansprakelijkheidsrisico als bedreiging voor de toekomst van het accountantsberoep geagendeerd (Financial Reporting Council, 2007; Europese Commissie, 2007).
 
(4) Als laatste bedreiging noem ik het onverhoopt slinken van het vertrouwen in het beroep. Een vertrouwenscrisis kan leiden tot nieuwe, concurrerende aanbieders van controlediensten. Maar zoals blijkt uit de bijdragen van Pouw en Maijoor en Bosman en Vergoossen, moeten dan wel de nodige entreebarričres worden geslecht. En ter verdere geruststelling voor het accountantsberoep, blijkt uit recent onderzoek van het Center for Audit Quality (2007) maar liefst 60% van de Amerikaanse beleggers weer vertrouwen te hebben in door accountants gecontroleerde financiële informatie.
Ondanks de genoemde bedreigingen ben ik positief als het gaat om de vraag of de accountant, als vertrouwensman van het maatschappelijke verkeer, goed gepositioneerd is om de toekomstige veranderingen aan te kunnen.
 
Om uw eigen visie te vormen nodig ik u van harte uit kennis te nemen van dit themanummer waarin de toekomst vanuit verschillende perspectieven nader wordt uitgewerkt.
 
Eerst gaat Hans Strikwerda in op de toekomstige plaats en rol van de accountant. In navolging van Limperg constateert hij een verwachtingskloof. De verwachtingen van de samenleving over wat de accountant wel en niet kan leveren, behoeven bijstelling. Maar hij constateert ook dat de nieuw in te richten assurance-functie de traditionele functie ver te boven gaat.
Vervolgens schetsen Roger Dassen en Rik Roos de toekomstige organisatie van accountantspraktijken. Zij bespreken enkele toekomstscenario’s en concluderen dat accountantspraktijken zich in de toekomst steeds meer zullen gaan organiseren via centrale rechtspersonen ter versterking van het huidige netwerk.
Daarna beschrijven Rob Bosman en Ruud Vergoossen enkele institutionele ontwikkelingen rondom het accountantsberoep waarbij zij stil staan bij de gevolgen van de toegenomen regelgeving en op de toekomstige organisatie van het accountantsberoep.
In december 2004 verscheen in het MAB reeds een themanummer over “Toezicht op het accountantsberoep”. Franciska Pouw en Steven Maijoor geven een overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot het accountantstoezicht in Nederland. Ook gaan zij nader in op de internationale dimensie van toezicht.
De laatste bijdrage is van de hand van Peter Eimers en Loek Vredevoogd. Zijn bezien de toekomst van het accountantsberoep vanuit een opleidingenperspectief. Zij gaan onder andere in op de door de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) vastgestelde “Eindtermen theoretische accountantsopleiding 2008” en werpen een blik op de toekomst.
 
Literatuur:
§         Center for Audit Quality,  persbericht, 28 juli 2007; zie: www.thecaq.org/newsroom/release_07282007.htm.
§         Europese Commissie (2007), Consultation on Auditors’ Liability, Summary Report, Directorate General For Internal Market Services (EU), 2007; zie: http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/liability/index_en.htm.
§         Financial Reporting Council (2007), Working Group on Auditor Liability Limitation Agreements, Draft Guidance, December 2007; zie: http://www.frc.org.uk/about/auditorliability.cfm.
§         Koninklijk NIVRA (2007), Commissie Regelgeving: “Kwaliteit in eenvoud: de openbaar accountant en non assurance, NIVRA/NOvAA, 2007; zie: http://www.nivra.nl/Downloads/Rapport_Commissie_Regelgeving.pdf.